Cloud-first, maar niet alles in de cloud: waar laat je gevoelige persoonsgegevens?

0
7
Cloud-first, maar niet alles in de cloud: waar laat je gevoelige persoonsgegevens?

Cloudplatformen hebben de manier waarop softwarebedrijven werken fundamenteel veranderd. Applicaties zijn schaalbaar, deployments gaan sneller en nieuwe functionaliteit is eenvoudiger te realiseren. Cloud-first is voor veel organisaties inmiddels de standaard. Totdat het gesprek verschuift naar persoonsgegevens. En dan vooral naar de gevoelige categorie.

Op dat moment gaat het niet meer alleen over architectuur of performance. Dan gaat het over risico, controle en aantoonbaarheid. Over de vraag of alle data wel op dezelfde plek thuishoort. En of de gemaakte keuzes ook standhouden bij audits, incidenten of kritische vragen vanuit management en klanten.

Niet alle persoonsgegevens zijn gelijk

Binnen de AVG wordt onderscheid gemaakt tussen persoonsgegevens en bijzondere persoonsgegevens. Die laatste categorie vraagt om extra zorgvuldigheid vanwege de mogelijke impact op betrokkenen wanneer er iets misgaat.

Het gaat hierbij onder andere om:

  • gezondheidsgegevens
  • BSN-nummers
  • gegevens van kinderen
  • biometrische gegevens

Deze data is niet alleen gevoeliger, maar ook lastiger te verantwoorden wanneer beveiliging of toegang tekortschiet. Juist daarom ontstaat hier vaak twijfel: is de public cloud nog steeds de juiste plek, of is meer controle wenselijk? Lees ook: Grip op digitale soevereiniteit.

Cloud-first betekent niet cloud-only

Een cloud-first strategie betekent niet automatisch dat alle data in dezelfde omgeving moet worden opgeslagen. In de praktijk blijkt dat applicaties prima cloud-gebaseerd kunnen zijn, terwijl specifieke datasets een andere behandeling vragen.

Het is een volwassen keuze om te werken met een scheiding:

  • applicatie en verwerking in de cloud
  • bijzondere persoonsgegevens in een private cloud of on-premise omgeving

Niet omdat de cloud per definitie onveilig is, maar omdat sommige data vraagt om meer grip op datalocatie, toegangsbeheer en toezicht dan de public cloud standaard biedt. Zeker wanneer compliance-eisen toenemen en foutmarges kleiner worden.

Waarom deze afweging steeds vaker knelt

Naarmate organisaties groeien, neemt de complexiteit toe. Meer gebruikers, meer koppelingen, meer afhankelijkheden en strengere eisen vanuit security en compliance. Tegelijkertijd moet alles blijven draaien.

In die context wordt datalocatie geen abstract vraagstuk meer, maar een operationeel risico. Wanneer gevoelige persoonsgegevens verspreid staan over meerdere cloudservices, wordt het lastiger om eenduidig aan te tonen:

  • waar data wordt verwerkt
  • wie er toegang toe heeft
  • hoe toezicht en logging zijn ingericht

Dat zijn vaak precies de momenten waarop eerdere keuzes, die ooit logisch waren, beginnen te wringen.

Architectuur als middel om rust te creeëren

Deze keuzes zijn alleen beheersbaar wanneer de architectuur dit ondersteunt. Applicaties moeten data logisch kunnen scheiden. Toegang moet fijnmazig zijn ingericht. En monitoring moet inzicht geven in gebruik en afwijkingen, niet alleen meldingen produceren.

Het doel is niet om terug te bewegen naar on-premise als standaard, maar om keuzes te kunnen maken zonder de hele omgeving te moeten herontwerpen. In de praktijk biedt een hybride opzet vaak de meeste rust, juist omdat deze flexibiliteit combineert met controle.

Dit sluit direct aan op het belang van voorbereid zijn op verandering, zoals ook beschreven in de blog Waarom elke organisatie een cloud-exitplan nodig heeft.

Waar ACC ICT in de praktijk helpt

In veel omgevingen is deze afweging niet zwart-wit. Applicaties zijn al gebouwd, teams werken onder druk en compliance-eisen nemen toe. Juist daar helpt ACC ICT organisaties om overzicht en structuur terug te brengen.

Dat begint bij inzicht: welke data wordt waar verwerkt, welke categorie valt onder verhoogd risico en welke technische en organisatorische maatregelen zijn nodig. Vanuit dat inzicht wordt samen gekeken naar een architectuur die past bij de realiteit van de organisatie.

Niet door alles over te nemen, maar door duidelijke kaders te helpen neerzetten. Zodat verantwoordelijkheden helder zijn, keuzes uitlegbaar blijven en de omgeving ook onder druk beheersbaar is.

Van techniek naar vertrouwen

Hoe een organisatie met gevoelige persoonsgegevens omgaat, is steeds zichtbaarder. Klanten, partners en toezichthouders verwachten duidelijke en consistente antwoorden.

Organisaties die bewust hebben gekozen waar gevoelige data thuishoort, kunnen dit onderbouwen. Organisaties die dat niet hebben gedaan, reageren vaak pas wanneer er vragen ontstaan. Dat verschil bepaalt in toenemende mate vertrouwen en geloofwaardigheid, zeker in softwaregedreven dienstverlening.

Conclusie

Cloud-first blijft een krachtige strategie. Maar niet alle data hoort automatisch in dezelfde omgeving. Bijzondere persoonsgegevens vragen om extra aandacht en soms om een andere plek dan de rest van de applicatie.

Door hier bewust keuzes in te maken, ontstaat rust. Minder discussie achteraf, minder auditdruk en meer grip op een IT-omgeving die steeds complexer wordt. Wil je hierover sparren? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Source link

Vorig artikelMeta’s latest results show diversification of datacentre capacity strategy